Aan de hand van het dagboek en brieven van de (toen) 18-jarige Joodse Helga Deen wordt haar leven en haar verblijf in Kamp Vught in een 75 minuten durende toneelvoorstelling opgevoerd. Op 16 juli 1943 is Helga, samen met haar ouders en broertje Klaus, in Sobibor vermoord. Zij had nauwe contacten met Oisterwijk waar haar voorouders vanaf 1779 begraven liggen op de Joodse begraafplaats aldaar. De toneelvoorstelling geeft een boeiend en dramatisch beeld van de gevolgen van de Jodenvervolging gedurende de Tweede Wereldoorlog in Tilburg en Oisterwijk.
